015/63.52.70 info@argoshombeek.be

Kruisbandproblematiek bij de hond

Inleiding

De kruisbanden zijn 2 gewrichtsbanden die zich binnenin de knie bevinden. Ze lopen gekruist ten opzichte van elkaar en worden daarom kruisbanden genoemd. Ze hebben als doel om het bovenbeen (femur) en het scheenbeen (tibia) stabiel bij elkaar te houden. In het overgrote deel van de gevallen is het de voorste kruisband die voor problemen zorgt.

 
Een gezonde knie

Een gezonde knie

 
Een gescheurde voorste kruisband

Een gescheurde voorste kruisband

Een (gedeeltelijke) scheur (oftewel ruptuur) van de voorste kruisband is één van de meest voorkomende orthopedische problemen bij de hond.

Grofweg zijn de patiënten op te delen in 2 groepen:

Groep 1 bestaat uit hondjes van kleine rassen die op oudere leeftijd plots hun voorste kruisband scheuren (bij een verkeerde beweging) en als gevolg plots (acuut) erg mank zijn. Ze houden het pijnlijke pootje vaak volledig omhoog en zetten er geen gewicht op.
Groep 2 bestaat uit honden van grote rassen die vaak al op jonge leeftijd een gedeeltelijke (oftewel partiële) ruptuur krijgen van hun voorste kruisband. Zo’n gedeeltelijke scheur geeft minder plotse pijn dan een compleet gescheurde kruisband en als gevolg ontwikkelen deze honden een chronische mankheid. Vaak steunen ze nog wel licht op hun pijnlijke poot.

Een (partiële) ruptuur van de voorste kruisband zal vooral indien het niet behandeld wordt, leiden tot artrose van de knie. Er bestaan veel verschillende operatietechnieken om deze aandoening aan te pakken, elk met zijn voor- en nadelen. De keuze van de behandelingsmethode zal voor elke patiënt apart moeten worden bekeken.

Oorzaak

Het scheuren van de voorste kruisband wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt door een combinatie van verschillende factoren. Een belangrijke factor die meespeelt is het maken van een verkeerde beweging. Vooral het overstrekken van de knie (bijvoorbeeld door in een kuil te stappen) en het naar buiten draaien van de knie terwijl de voet vast staat op de grond, zijn bewegingen die erge stress uitoefenen op de voorste kruisband. Er is ook aangetoond dat bij honden ouder dan 5 jaar de sterkte van de kruisband duidelijk afneemt (door zogenaamde degeneratie). Ook standafwijkingen (zoals bv erg steil staan met de achterpoten en o-benen) lijken mee te spelen in de problematiek. Honden met patellaluxatie (een knieschijf die naast de groeve zit waar hij in hoort te zitten) hebben ook een grotere kans op een ruptuur van de voorste kruisband. Een knieschijf die op de normale plek zit helpt namelijk mee om de knie stabiel te houden. Andersom kan ook: een hond met een gescheurde voorste kruisband kan bijkomend een patellaluxatie ontwikkelen. Lees meer over patellaluxatie door hier te klikken

30 tot 40 % van de honden die een probleem hebben aan de voorste kruisband in één knie krijgen binnen 2 jaar ook problemen aan de voorste kruisband van de andere knie.

Symptomen en diagnose

Een hond met kruisbandproblemen zal behalve manken aan de betreffende poot vaak ook de aangetaste knie niet volledig willen buigen. Dit is duidelijk als de hond gaat zitten. De hond zal de aangetaste poot schuin naast zich of schuin onder zich houden. Vaak lokt het volledig strekken van de knie pijn uit.
Zowel bij een volledige ruptuur als bij een partiële ruptuur van de voorste kruisband kan gevoeld worden dat de aangetaste knie dikker is (opgezet met meer gewrichtsvocht). Bij een volledig gescheurde voorste kruisband zal de knie onstabiel zijn en kan het scheenbeen naar voren verplaatst worden ten opzichte van het dijbeen. Dit wordt het ‘schuiflade effect’ genoemd. Het kan zijn dat de hond moet worden verdoofd voordat het schuiflade effect gevoeld kan worden.
Bij een partiële ruptuur is de diagnose moeilijker. Er is vaak geen schuiflade effect (soms enkel indien de knie gebogen is bij het testen hierop) en dus is vaak het enige afwijkende een dikke, pijnlijke knie. Als het probleem al wat langer duurt kan er gevoeld worden dat de bespiering van de aangetaste poot verminderd is vergeleken met de andere achterpoot.
Op röntgenfoto’s zijn de kruisbanden zelf niet te zien en kan er enkel een overvulling van het gewricht gezien worden en eventueel artrose, afhankelijk van hoe lang het probleem al bezig is. De beste methode om een kruisbandprobleem in beeld te brengen is met behulp van MRI (magneetscan) maar dit is een duur onderzoek. Alternatieven om tot de diagnose te komen zijn arthroscopie (een kijkingreep) of het gewricht operatief volledig openmaken (en aansluitend meteen het probleem oplossen).

Behandelingsmethodes

Conservatieve behandeling

Conservatieve behandeling houdt in dat er niet geopereerd wordt en dat er met rust en ontstekingsremmers wordt geprobeerd om het manken zo veel mogelijk onder controle te brengen. Dit wordt afgeraden (vooral bij de zwaardere honden) omdat het manken in het grootste deel van de gevallen blijft voortduren of zelfs erger wordt. Ook zal er steeds meer artrose ontstaan in de knie wat de bewegingsmogelijkheid van de knie op den duur zal beperken. Vaak zal er bijkomend ook nog schade aan de meniscus (vaak de binnenste meniscus) optreden wat zal zorgen voor nog meer pijn. Mocht er na een lange tijd toch besloten worden om te opereren kan het zijn dat het knietje nooit meer 100% in orde komt door de artrose (en door de meniscusschade) die inmiddels al was ontstaan. Een operatie moet dus beter niet te lang worden uitgesteld.

Chirurgische behandeling

In onze praktijk kunnen kruisbandproblemen op 3 manieren geopereerd worden. 2 van deze methodes bestaan uit het plaatsen van een kunstkruisband, de andere methode is de TPLO. De keuze van de operatietechniek moet voor elke patiënt afzonderlijk bekeken worden en hangt onder andere af van het gewicht, de leeftijd en het activiteitsniveau van de hond maar ook van de stand van het plateau van het scheenbeen (zie verder) en uiteraard de financiële mogelijkheden van de eigenaar.

De klassieke kunstband

Bij deze operatietechniek wordt er een nylon kunstband geplaatst die de knie weer stabiel zal houden. De nylonband (monofilament, dus niet gevlochten) wordt achter een sesamsbeentje (popliteusbeentje) gehaakt en vervolgens geleid door een bottunneltje in het scheenbeen. Hierdoor krijgt het kunstbandje vrijwel hetzelfde verloop als de oorspronkelijke kruisband (en bootst de functie dus na) met het verschil dat deze kunstkruisband buiten het gewricht (extracapsulair) wordt geplaatst. Het voordeel van deze techniek is dat hij veel minder ingrijpend is dan de TPLO. De operatie duurt minder lang, er is minder materiaal voor nodig en daarom kost deze operatie ook minder dan de TPLO. Het nadeel is dat de bewegingsvrijheid van de knie iets beperkt wordt (ook al zal dit in de meeste gevallen niet opvallen) en dat in sommige gevallen de kunstband breekt. Zwaardere, actieve honden hebben een veel grotere kans om de kunstband te breken. Deze operatiemethode wordt daarom vooral uitgevoerd bij de lichtere hondjes (ideaal gezien onder de 15 kilo maar de operatie kan in zeldzame gevallen uitgevoerd worden bij zwaardere honden).

latsutkl

De LigaFiba Iso-Toggle kunstband

De LigaFiba Isotoggle kunstband wordt gevormd door een zeer stevig gevlochten nylon en speciale nylon ‘buttons’ om de nylondraad te verankeren. Deze kunstband berust op hetzelfde principe als de misschien iets bekendere ‘tightrope’ kunstband maar de LigaFiba kunstband heeft een nog grotere trekkracht dan de tightrope kunstband.
De isotoggle kunstband wordt door 2 bottunneltjes heen geplaatst. Één tunnel door het dijbeen en één tunnel door het scheenbeen. Hierdoor krijgt deze kunstband een heel nauwkeurige nabootsting van het verloop van de oorspronkelijke kruisband. Ook deze kunstband komt, net zoals de klassieke kunstband, extracapsulair te liggen. Aangezien de LigaFiba Isotoggle kruisband enorm sterk is kan deze kunstband ook bij zwaardere, actievere honden geplaatst worden. Qua kostprijs zit de LigaFiba isotoggle kunstkruisband midden tussen de klassieke kunstband en de TPLO.

Hieronder is een plastic model van een knie te zien waarop een LigaFiba Isotoggle geplaatst werd. Voor de duidelijkheid werd de isotoggle paars aangekleurd. De doorlopende paarse lijn loopt in werkelijkheid door het bot heen.

isotogglekl

© veterinary instrumentation

TPLO

De andere operatietechniek die in onze praktijk wordt uitgevoerd is de TPLO. Deze techniek is aangeraden voor zwaardere (actievere) honden, ook al kan deze techniek ook op kleine hondjes worden uitgevoerd. TPLO staat voor tibial plateau leveling osteotomy wat betekent dat het plateau van het scheenbeen wordt ‘rechtgezet’. Om de TPLO wat verder uit te leggen moeten we eerst wat dieper ingaan op dit plateau. Het tibiaal plateau is het deel van het scheenbeen waar het gewicht van de hond op wordt gedragen. Het probleem met dit plateau is dat het wat scheef staat. Dit kan simpel voorgesteld worden door het volgende tekeningetje:

tplokarDe helling waarop het karretje staat kan beschouwd worden als het plateau van het scheenbeen, het rode touwtje als de voorste kruisband en het karretje zelf als het dijbeen. Omdat het karretje op een helling staat zal het karretje wegrijden als het touwtje zou worden doorgeknipt. Met andere woorden: als de kruisband er niet zou zijn, glijdt het dijbeen van het scheenbeen af. Dit is wat er gebeurt bij elke stap bij een hond met een gescheurde voorste kruisband; het dijbeen zal bewegen ten opzichte van het scheenbeen. De TPLO zorgt ervoor dat het plateau mooi recht komt te staan waardoor het karretje niet meer zal wegrijden en waardoor er helemaal geen voorste kruisband meer nodig is.

 

tploHet plateau wordt rechtgezet door met een gebogen zaag het scheenbeen door te zagen rond het plateau en vervolgens het plateau te draaien en weer vast te zetten met een plaat en schroeven. Voor zeer grote honden gebruiken wij speciale schroeven en platen (zogenaamde ‘locking’ platen en schroeven) die een enorme stevigheid bieden. Vooraf aan de operatie wordt door middel van röntgenfoto’s gemeten hoe ver het plateau gekanteld moet worden zodat het mooi recht zal komen te staan. Als de botdelen van het scheenbeen na de TPLO weer mooi aan elkaar vastgegroeid zijn, is er dus geen kruisband meer nodig en zal deze ook nooit meer opnieuw scheuren (in tegenstelling tot bij het plaatsen van een kunstkruisband). De platen en schroeven moeten achteraf normaal gezien niet verwijderd worden.
De hellingsgraad van het plateau lijkt niet de oorzaak te zijn van de scheur van de voorste kruisband. Verschillende studies tonen aan dat honden met een ruptuur van de voorste kruisband geen steiler plateau hebben dan honden zonder ruptuur van de voorste kruisband. In één studie had een groep labradors met kruisbandproblemen gemiddeld zelfs een minder steil plateau dan een groep labradors zonder kruisbandproblemen.

 een knie met zeer steil tibiaal plateau vóór de TPLO
 dezelfde knie na TPLO

Nazorg

Voor welke operatie ook gekozen wordt, de nazorg komt altijd op hetzelfde neer. Dit betekent dat uw huisdier gedurende 6 weken zo veel mogelijk in een bench moet blijven. Indien u zelf geen bench heeft kunt u van ons een bench lenen gedurende de herstelperiode. De eerste 3 weken na de operatie mag de hond hier enkel uit om de behoeftes te doen en dit ALTIJD aan de leiband. De 3 weken hierna (3‐6 weken na de operatie) mag de hond kleine wandelingen beginnen maken van enkele minuten maar ook nog ALTIJD aan de leiband. Er mogen gedurende deze 6 weken absoluut geen spelletjes gedaan worden en er moet voorkomen worden dat de hond plots wegsprint als hij of zij bv iemand buiten ziet passeren, als de deurbel gaat of bij het zien van een kat, konijn of andere hond. Voor het verdere verloop na deze 6 weken zal u een trainingsschema van ons meekrijgen waarop de verdere revalidatie uitgelegd staat.