Vlooien bij de hond en de kat

Vlooien zijn zijdelings afgeplatte vleugelloze parasieten met krachtige springpoten. Bij de hond en de kat treft men voornamelijk de kattenvlo aan. Andere diersoorten en de mens kunnen eveneens besmet worden.

vloVlooienbeten veroorzaken jeuk die qua intensiteit verschilt van dier tot dier. Tijdens het bloedzuigen komt er speeksel van de vlo in de hond of kat terecht. Sommige dieren ontwikkelen een vlooienallergie. Deze allergie wordt veroorzaakt door bepaalde stoffen in het speeksel van de vlo. Vlooienallergie uit zich door erge jeuk. De allergische hond of kat likt en krabt zich eerst veelvuldig ter hoogte van de staartbasis en de flanken, later eventueel ook in de oksel en de hals. Nog later ontstaan wondjes en korsten door het krabben en bijten.

Wanneer een puppy of een kitten een zware vlooienbesmetting heeft kan er zelfs bloedarmoede optreden (75 vlooien zuigen 1ml. bloed per dag…)

Vlooien kunnen ook drager zijn van de lintworm en deze tijdens het bloedzuigen overbrengen op de hond of de kat.

Wanneer verdenkt u uw hond of kat ervan vlooien te hebben?

Vlooien komen vooral voor in de zomer en herfst (maar ook de rest van het jaar bij honden die ook binnen in huis verblijven) en veroorzaken vaak jeuk. De aanwezigheid van huidletsels ter hoogte van de achterkant van de rug (aan de staartbasis), de flanken en het achterste deel van de buikstreek is suggestief. Vlooien en vooral vlooienontlasting kunnen waargenomen worden in de vacht wanneer men langzaam tegen de haren in strijkt. Vlooienontlasting is ongeveer 1 mm. lang, kommavormig en donker gekleurd. Wanneer ze nat gemaakt wordt verspreidt ze een rode kleur.

 Vlooien
 Vlooien

Soms treft men grote aantallen vlooien op het dier aan, maar bij overgevoelige dieren met vlooienallergie zijn vaak maar weinig vlooien op het dier aanwezig (1 beet per week is voldoende om de allergie te doen ontstaan).

Lintwormsegmenten kunnen duiden op een besmetting door vlooien aangezien de vlo een bepaalde soort lintworm kan overbrengen. Mensen kunnen ook gebeten worden door vlooien: typische letsels zijn kleine rode jeukende bultjes die vaak per 3 voorkomen (breakfast, lunch, diner).

Vlooienbestrijding

Een goede vlooienbestrijding is zowel gericht tegen de volwassen vlo, die zich op de gastheer bevindt, als tegen de larven en eieren die in de omgeving te vinden zijn. Producten voor vlooienbestrijding bestaan onder de vorm van pipetjes of een spray voor op de hond of kat. Sommige producten (dus niet allemaal!) werken zowel tegen de volwassen vlooien als tegen de larven en eieren in de omgeving.
De omgevingsbehandeling: mechanisch reinigen gevolgd door chemische behandeling. Stofzuigen verwijdert eieren en larven en de trillingen stimuleren het vrijkomen van jonge vlooien uit cocons waardoor ze worden blootgesteld aan de daaropvolgende insecticide behandeling.

Let op: op een behandeld dier kunnen nog levende vlooien worden aangetroffen! Dit betekent niet noodzakelijk dat het product niet werkt of dat u het fout hebt toegediend! Nieuwe vlooien, afkomstig van de poppen uit de omgeving, kunnen immers op de kat of hond springen en zullen alsnog sterven na contact met het anti-vlooienproduct.

De meeste producten werken minstens gedurende 4 weken. Het is daarom aangeraden uw dier (preventief) elke maand te behandelen.

Nog wat meer informatie over de cyclus van de vlo

vlocyclEen volwassen vlo is een parasiet die zonder de gastheer slechts enkele dagen kan overleven. In normale omstandigheden springen vlooien niet van dier tot dier. Voor het overleven en voor de voortplanting van een vlo is een regelmatig bloedmaal noodzakelijk. De levenscyclus speelt zich af op de gastheer en in de omgeving. De duur van de cyclus is afhankelijk van de omgevingstemperatuur (ideaal: 27 – 28°), van de relatieve vochtigheid (ideaal: 85%) en van de mogelijkheid om zich te voeden en kan daarom variëren van 14 dagen tot maanden.
Binnen 24 uur na paring en een eerste bloedmaal legt de vrouwelijke vlo een grote hoeveelheid witte vlooieneitjes (tot honderden eieren gedurende een periode van verschillende weken). De eieren vallen van de gastheer en worden verspreid in de onmiddellijke omgeving, waar ze zich ontwikkelen tot witte larven. De larven zijn rupsachtig, 2mm lang, met bijtende monddelen. Ze schuwen licht en verbergen zich in spleten. Ze leven van afval, vooral van de ontlasting van volwassen vlooien (die veel onverteerd bloed bevatten) en huidschilfers. Na drie vervellingen vormen de larven een cocon of poppe waarin ze zich tot nymfe en volwassen vlo ontwikkelen. In dit stadium is de parasiet zeer resistent, wat hem toelaat tot 1 jaar te overleven. De volwassen vlo komt uit het popomhulsel als ze door grondtrillingen voelt dat er een geschikte gastheer in de buurt is.
Door hun lange overlevingsduur vormen de jonge vlooien in hun cocon de belangrijkste besmettingsbron.

Van het hele vlooienprobleem is slechts 5% aanwezig als vlo op het dier, de overige 95% zit in de omgeving als poppen, larven en eitjes.
Het is dus duidelijk dan een vlooienbehandeling van het dier onlosmakelijk verbonden moet zijn met behandeling van de omgeving. Vlooien zijn het meest actief in de zomer en de herfst. De seizoensgebondenheid is echter van minder belang bij honden die binnenhuis leven.