015/63.52.70 info@argoshombeek.be

Sterilisatie van de teef – Laparoscopische sterilisatie

Het algemene medische advies is dat het aangeraden wordt om een teef te laten steriliseren. Aan het steriliseren van een teef zitten namelijk een aantal medische voordelen verbonden. Als we spreken over steriliseren kunnen we helaas ook niet om een aantal nadelen heen. De keuze om een teefje wel of niet te laten steriliseren en ook de keuze van het tijdstip van sterilisatie zal voor elk baasje weer anders zijn. Deze tekst zal de keuze misschien niet meteen makkelijker maken maar wel verduidelijken waarom de keuze voor sommige rassen minder eenvoudig is.

 De conclusie en diergeneeskunde aanbeveling van onderstaande tekst is:

  • Teef met volwassen lichaamsgewicht minder dan 10 kilo (behalve de teckel): Een sterilisatie op 6 maanden leeftijd is aangeraden. 
  • Teef met volwassen gewicht boven de 10 kg (en de teckel): Een sterilisatie wordt aangeraden kort na de leeftijd van 1 jaar.

Wat algemeenheden over de loopsheid en de sterilisatie

Kleine hondenrassen worden voor het eerst loops op ongeveer 6 maanden. Bij grote hondenrassen kan de eerste loopsheid soms pas op 12 maanden of zelfs later gezien worden. De loopsheid van een hond komt tot uiting door een zwelling van de vulva, bloedverlies uit de vulva en zeer aantrekkelijk worden voor reuen. De eerste loopsheid kan echter volledig ongemerkt voorbij gaan (zonder ook maar 1 druppel bloedverlies). Soms is een eerste loopsheid enkel op te merken door een overdreven interesse van reuen voor de teef en zien wij (als baasje of als dierenarts) geen verdere tekens van de loopsheid. 

De sterilisatie kan gebeuren via de klassieke operatietechniek of door middel van een laparoscopische ingreep (kijkingreep). Deze technieken worden helemaal onderaan deze tekst verder uitgelegd.

Bij een sterilisatie bij jonge teefjes worden enkel de eierstokken weggenomen (ovariëctomie). De baarmoeder zelf wordt hierbij dus niet weggenomen. In dit geval is er op latere leeftijd toch geen risico op aandoeningen van de baarmoeder (zoals baarmoedertumoren of baarmoederontsteking) omdat deze aandoeningen veroorzaakt worden door hormonale invloeden vanuit de eierstokken. Aangezien de eierstokken worden weggenomen, worden ook deze hormonale invloeden weggenomen.
Indien er tijdens een sterilisatie van een oudere teef abnormaliteiten aan de baarmoeder worden aangetroffen dan zal de baarmoeder uiteraard meteen mee weggenomen moeten worden (ovariohysterectomie). 

Teven worden beter niet gesteriliseerd op het moment dat ze loops zijn. Tijdens de loopsheid zijn de baarmoeder en eierstokken namelijk meer doorbloed (wat de operatie iets bemoeilijkt) en er bestaat een grote kans dat de teef na de sterilisatie schijndrachtig zal worden. We wachten daarom liefst minstens 2 maanden na de loopsheid voordat we de teef steriliseren. 

De voordelen van een sterilisatie

  • Geen last meer van de loopsheid zelf 
  • Geen last meer van schijndracht (gedragsveranderingen, bouwen van een nest, melkproductie)
  • Een kleinere kans op het ontwikkelen van melkkliertumoren.

    Bij een onderzoek bij een zeer grote groep van niet gesteriliseerde teven (260.000 teven) bleek 13% van de teven een melkkliertumor te ontwikkelen vóór de leeftijd van 10 jaar (1 op 8). Deze teven werden niet tot een nog hogere leeftijd gevolgd. Aangezien het ontwikkelen van melkkliertumoren leeftijdsafhankelijk is (hoe ouder de teef, hoe groter de kans dat er een tumor ontstaat) zal het percentage teven dat een melkkliertumor ontwikkelt zeer waarschijnlijk nog hoger uitvallen dan 13%.

    Sommige rassen hebben meer kans op het ontwikkelen van melkkliertumoren dan andere rassen. Rassen met de grootste kans zijn de Leonberger (46% kans op het ontwikkelen van melkkliertumoren voor de leeftijd van 10 jaar), dobermann (42%), Ierse wolfshond (41%), Welsh terriër (37%) en de springer spaniël (36%). Ook hier moet weer vermeld worden dat de percentages hoger zullen uitvallen indien de honden ook tot boven de 10 jaar gevolgd zouden worden. Bij de kleinere rassen worden poedels, teckels, Maltezers en Yorkshire terriërs als hoog-risicorassen vermeld. De husky (5%), dwergkees (4%) en mopshond (3%) blijken dan weer weinig gevoelig voor melkkliertumoren.

    In een ander onderzoek werd gezien dat bij teven die vóór de eerste loopsheid werden gesteriliseerd, de kans op het ontwikkelen van kwaadaardige melkkliertumoren 200x kleiner is dan de kans bij een niet-gesteriliseerde teef.

    Wanneer een teef werd gesteriliseerd na de eerste loopsheid maar vóór de leeftijd van 2,5 jaar bleek de kans op het ontwikkelen van kwaadaardige melkkliertumoren 15x kleiner te zijn. Steriliseren na de leeftijd van 2,5 jaar blijkt geen beschermend effect meer te geven op het ontwikkelen van kwaadaardige melkkliertumoren ook al wordt dit door andere studies weer tegengesproken een zou er nog altijd een beschermend effect optreden (zij het met een nog kleiner effect). 

  • Geen kans meer op een baarmoederontsteking (pyometra) ongeacht op welke leeftijd de sterilisatie werd uitgevoerd

    De kans op een baarmoederontsteking bij een niet-gesteriliseerde teef is 19% (1 op 5). Dit cijfer werd ook weer berekend bij het onderzoek van de 260.000 teven tot de leeftijd van 10 jaar en kan dus ook weer omhoog bijgesteld worden als de teven langer gevolgd zouden geweest zijn.

    Rassen met het hoogste risico op het ontwikkelen van pyometra zijn de Berner sennen (66% kans op het ontwikkelen van pyometra voor de leeftijd van 10 jaar), Duitse dog (62%), Leonberger (61%), Rottweiler (58%) en de mopshond (48%). De Malteser heeft dan bijvoorbeeld weer een lage kans op het ontwikkelen van pyometra (8%).

    Er werden ook risicorassen opgesteld door te kijken naar de kans op het ontwikkelen van een melkkliertumor óf pyometra óf allebei. De rassen met de grootste kans op het ontwikkelen 1 van beide zaken óf allebei waren de Leonberger (met 73% kans op op het ontwikkelen van pyometra en/of melkkliertumoren voor de leeftijd van 10 jaar), Ierse wolfshond (69%), Berner Sennen (69%), Duitse dog (68%), Staffordshire bullterrier (66%), Rottweiler (65%), Vlaamse bouvier (62%) en dobermann (62%).

    Kleinere kansen werden er bijvoorbeeld gezien bij de Greyhound (16%), husky (18%), border collie (19%), dwergkeeshond (21%), Shiba inu (22%), Maltezer (22%) en jack russel terrier (27%). Hierbij moet ook wel weer vermeld worden dat hierbij veel kleinere honden zitten die op de leeftijd van 10 jaar nog relatief jong zijn (vergeleken met de grotere rassen) en deze percentages nog kunnen stijgen indien deze rassen gevolgd zouden worden tot een oudere leeftijd.

  • Geen kans meer op tumoren (en cystes) van de eierstokken (en baarmoeder). 

De nadelen van een sterilisatie

  • Het metabolisme verlaagt na sterilisatie van een teef.
    Het energieverbruik van een gesteriliseerd teefje ligt lager dan dat van een niet-gesteriliseerde teef, terwijl de eetlust vaak wat groter wordt. Op zich is dit niet direct een probleem maar dit betekent natuurlijk wel dat een gesteriliseerd teefje te dik (obees) zal worden wanneer ze dezelfde hoeveelheid voedsel blijft opnemen. Om te voorkomen dat de teef te dik wordt, zal de hoeveelheid voer wat beperkt moeten worden (tot zelfs 30% minder) of moet er overgeschakeld worden naar een speciaal voer voor gesteriliseerde teven. Deze laatste voeding bevat minder calorieën waardoor de hoeveelheid te geven voedsel niet te veel beperkt moet worden.  Indien een teef eenmaal te zwaar is, wordt er gezien dat gesteriliseerde honden minder gemakkelijk gewicht verliezen dan niet-gesteriliseerde honden. Aangezien het ontwikkelen van overgewicht in verband staat met het ontwikkelen van gewrichtsaandoeningen en suikerziekte (die dan weer de levenskwaliteit en levensduur kunnen verminderen), is het een belangrijke zaak om overgewicht te voorkomen.
  • Het ontstaan van incontinentie op oudere leeftijd. 
    Na de sterilisatie ontstaat er bij sommige teven incontinentie (onvrijwillig urineverlies). Dit type incontinentie wordt SMI (sfincter mechanisme incontinentie) genoemd. Teven van de grotere rassen hebben hierop een grotere kans. Sommige rassen blijken hier extra gevoelig voor zoals de Ierse setter (tot zelfs 30% kans op SMI), de dobermann en de dalmatiër. Ook overgewicht zorgt voor een toename op de kans op het ontwikkelen van incontinentie. Bij dit type incontinentie wordt vaak gezien dat er een klein urineplasje ligt op de plaats waar de hond lang gelegen heeft. Deze incontinentie is in het overgrote deel van de patiënten goed te behandelen met medicatie. Steriliseren vóór de leeftijd van 6 maanden blijkt de kans op het ontwikkelen van incontinentie te vergroten. Dit is dan vooral een probleem bij honden met een volwassen gewicht boven de 25kg. Of nu enkel de eierstokken of ook de baarmoeder wordt weggehaald bij een sterilisatie, heeft geen invloed op het al dan niet ontwikkelen van incontinentie. 
  • De vacht van langharige rassen kan soms wat veranderen (pluiziger, minder kleurintensiteit). 
  • Toename  van de kans op bepaalde types tumoren na sterilisatie. 
    Hierboven kan gelezen worden dat sterilisatie de kans op melkkliertumoren (en eierstok- en baarmoedertumoren) sterk vermindert. Helaas geldt niet voor alle types tumoren. Bepaalde tumoren lijken bij bepaalde rassen toch wat vaker voor te komen na een sterilisatie (het betreft dan vooral  osteosarcoom (botkanker), lymfoom, hemangiosarcoom en mastceltumoren). Gelukkig blijft de kans nog altijd enorm klein, zeker vergeleken met melkkliertumoren en baarmoederontsteking (zo is de kans op een osteosarcoom bijvoorbeeld 0,2% dus 1 op 500). Ook het moment van sterilisatie is hier weer een meespelende factor. Meer onderzoek is hier nog nodig om per ras een aanbeveling op te stellen. 
  • Toename van de kans op gewrichtsaandoeningen. 
    Zowel heupdysplasie als rupturen van de voorste kruisband worden genoemd als aandoeningen die mogelijk meer gezien worden bij gesteriliseerde teven. Maar ook hier speelt het ras en moment van sterilisatie weer een rol. Volgens recent onderzoek zou bijvoorbeeld een gesteriliseerde golden retriever geen verhoogde kans op heupdysplasie hebben terwijl dit bij een reu na castratie wel het geval is. Bij de labrador zou dit dan weer precies omgekeerd zijn. Bij de Duitse herder zou er dan weer zowel bij de reu als bij de teef geen toename zijn op de kans op heupdysplasie na castratie of sterilisatie.

    Een verhoogde kans op ruptuur van de voorste kruisband na sterilisatie bij labrador, golden retriever en Duitse herder, wordt bijvoorbeeld vooral gezien indien ze gesteriliseerd worden vóór de leeftijd van 6 maanden. 

    Ook hier is het dus moeilijk om een algemeen advies te geven dat geldt voor elk ras. Kleine rassen en kruisingen tot 20kg lijken sowieso geen verhoogd risico te hebben op voorgenoemde aandoeningen na sterilisatie. 

  • Toename van het risico op hernia’s bij teckels. 
    Dit risico wordt vooral vergroot indien de sterilisatie wordt uitgevoerd vóór de leeftijd van 1 jaar.

Conclusie

De keuze om al dan niet te kiezen voor een sterilisatie en het tijdstip waarop de sterilisatie uitgevoerd zal worden, hangt af van veel factoren. Zo zal het steriliseren van een teef vóór de eerste loopsheid het beste zijn voor wat betreft preventie van melkkliertumoren maar voor grote rassen geeft dit dan weer een hoger risico op incontinentie en kruisbandproblemen.
Door elk baasje zal de keuze gemaakt worden met alle factoren in de weegschaal en dit zal voor het ene baasje een andere keuze opleveren dan voor het andere baasje. De algemene richtlijnen voor het steriliseren van een teef volgens diergeneeskundig advies zijn:

  • Teef met volwassen lichaamsgewicht minder dan 10 kilo (behalve de teckel): Een sterilisatie op 6 maanden leeftijd is aangeraden. 
  • Teef met volwassen gewicht boven de 10 kg (en de teckel): Een sterilisatie wordt aangeraden kort na de leeftijd van 1 jaar.

De ingreep

Eerst zullen wij u de keuze voorleggen of u uw teefje met behulp van een kijkingreep (laparoscopisch) wilt laten steriliseren of door middel van een traditionele open buik ingreep (laparotomie). Voor een laparoscopische sterilisatie wordt een supplement aangerekend als gevolg van het gebruik en verbruik van duur materiaal.

  • Bij een laparoscopische sterilisatie worden er 2 kleine sneetjes gemaakt in de middenlijn van de buikwand. 1 sneetje voor een camera, 1 sneetje voor de instrumenten. De grootte van deze sneetjes is afhankelijk van de grootte van de hond (de eierstok moet namelijk door 1 van deze sneetjes naar buiten gehaald worden) en varieert van 5mm tot iets meer dan 1cm. De buik wordt opgeblazen met koolzuurgas (CO2) om een mooi beeld te verkrijgen van alle buikorganen. De bloedvaten en bevestigingsbandjes naar de eierstok worden met een geavanceerd ‘seal’ systeem dichtgesmolten en doorgesneden. Vervolgens kan de losgemaakte eierstok door 1 van de kleine sneetjes naar buiten gehaald worden. De handen van de chirurg gaan dus nooit de buik in.

 laparoscopische-sterilisatie
 laparoscopische-sterilisatie
 

  • Bij een traditionele open buik sterilisatie (laparotomie) wordt er een snede gemaakt in de middenlijn waarbij de grootte van de snede ook weer afhankelijk is van de grootte van de hond (hoe groter de hond, hoe groter de snede). Dit zal variëren van ongeveer 4 tot 10 centimeter. Vervolgens moeten de eierstokken tot buiten de buik getrokken worden waarna de bloedvaten afgebonden kunnen worden met hechtdraad en daarna losgeknipt kunnen worden.

steriteefkl

De voordelen van een laparoscopische sterilisatie

  • Minder pijn. Het is wetenschappelijk bewezen dat een laparoscopische sterilisatie resulteert in minder pijn na de ingreep vergeleken met een traditionele sterilisatie. Een studie gepubliceerd door het ‘journal of the American Veterinary Medical Association’ gaf zelfs een 65% lagere pijnscore aan na een laparoscopische sterilisatie vergeleken met een traditionele sterilisatie.
  • Minder bloedverlies
  • Kleinere kans op infectie
  • Sneller herstel

Praktisch

Een sterilisatie gebeurt bij ons op afspraak. Uw hond dient nuchter te zijn op het moment dat de sterilisatie plaatsvindt. Meestal zal de sterilisatie bij ons ’s morgens ingepland worden. De avond voordien mag de hond nog eten, daarna neemt u de etensbak weg. De drinkbak mag blijven staan. 

U komt met de hond op het afgesproken tijdstip. Ze wordt dan nog even algemeen nagekeken en het hartje wordt gecontroleerd. Als alles in orde is krijgt de hond een katheter in haar pootje en krijgt ze de eerste verdovingsproducten toegediend. U mag bij de hond blijven tot ze slaapt.

Als de hond slaapt wordt er en tube in de luchtpijp geplaatst en krijgt ze via deze weg zuurstof en verdovingsgas gedurende de operatie. Ze wordt eveneens aan een apparaat gekoppeld om de ademhaling en hartslag op te volgen en er wordt een infuus aangesloten.

De hond mag de middag of avond (wat voor u het beste past) na de operatie weer naar huis.
Bij ons krijgt de hond de nodige pijnstillende medicatie. U hoeft nadien zelf geen medicatie meer te geven. 

Zoals hierboven vermeld worden teven beter niet gesteriliseerd op het moment dat ze loops zijn. Tijdens de loopsheid zijn de baarmoeder en eierstokken namelijk meer doorbloed en zal de teef na de sterilisatie schijndrachtig worden. We wachten daarom minstens 2 maanden na de loopsheid voordat we de teef steriliseren.